Een ongeluk zit in een klein hoekje

Voordat ik het besefte zag ik alleen maar witte vlekken voor mij en was Sven (2013) aan het schreeuwen naast mij. Ik wist niet wat ons overkomen was. Alles ging zo snel.

We waren onderweg naar zijn vriendje. Met een voetbal op zijn schoot waren we onderweg. Hij had er zin in. We praatte over hoe laat hij opgehaald wilde worden. 16 uur of 17 uur. Als hij om 17 uur opgehaald werd, zou hij geen afscheid meer kunnen nemen van zijn broer en hem een week niet meer zien, omdat hij naar zijn moeder, stiefvader en broertje ging. Om 16 uur kon afscheid nemen nog wel. Het werd 16 uur. Want afscheid nemen van zijn broer vond hij belangrijk.

We stonden bij het stoplicht, trokken op, reden de bocht door. Althans, ik ga er van uit dat dit zo gegaan is, want dit stukje ontbreekt. Opeens was daar een knal, airbags kwamen te voorschijn en ik dacht: “Wat gebeurt hier? Ik kan niets meer zien. Hoe dan?” Naast mij schreeuwde Sven. Ik weet niet meer wat, maar de ernst drong op dat moment direct tot mij door. Rook ontwikkelde zich voor mijn ogen. Sven riep dat hij er niet uit kon. Ik zei niets, ik handelde. (dat is ook wel eens anders. Vaak bevries ik in lastige situaties.) We moesten er uit, ik dacht dat de auto in brand kwam te staan. Gordel los, deur openen, rennend om de auto heen, naar Sven. Dit vond ik echt het meest lastigste gedeelte. Mijn kind achter moeten laten in een rokende auto. Ook al was het maar kort. Elke seconde duurt te lang.

Ongeluk

Ik trok zijn klemmende deur open. Met zijn bal in zijn hand en een hand voor zijn mond kwam hij er uit. We waren er uit! Snel liepen we naar de berm, we waren veilig. Mensen kwamen op ons af, Sven klaagde over pijn op zijn borst. Ik dacht even bloed te zien in zijn mond, maar dat was een dropje. De hand die hij voor zijn mond hield, was om het poeder tegen te houden, wat uit de airbags kwam. Ik handelde. Mensen die op mij af kwamen gaf ik de opdracht om 112 te bellen. Ik wist niet wat ons was overkomen, maar wist wel dat hij pijn had en ik geen idee had van wat er met hem gebeurd zou kunnen zijn.

De ambulance kwam heel snel. Ik belde mijn man. Hij hoorde mij aan en wist, ik moet naar ze toe. Nadat ik een paar omstanders gesproken had, ik oog probeerde te houden voor Sven, was daar de ambulance en werden we meegenomen naar binnen. Mijn man die nog een keer belde, kon ik niet te woord staan. Een oud-collega die toevallig voorbij reed, gaf ik mijn telefoon. “Wil jij contact houden met Remco?” Vroeg ik haar.

Ongeluk

Eenmaal in de ambulance kon ik een beetje op adem komen. Sven werd gecontroleerd op hartslag, zuurstofgehalte en kneuzingen. Hij had de striemen in zijn nek staan van de gordel en de pijn op zijn borst kwam hier waarschijnlijk ook vandaan. Gelukkig viel het mee. Terwijl wij daar binnen zaten, hoorde ik politiesirenes aankomen en zag ik mijn man voorbij rijden. Sven werd goedgekeurd en kreeg een kleurboek en bouwplaat. De deur van de ambulance ging weer open. Wat stond mij nu te wachten?

Heel fijn om mijn man te zien. Ik stond er niet alleen voor. Hij ontfermde zich over Sven en later over wat er moest gebeuren met de auto. Ik kreeg inzicht in wat er gebeurd was. Een kop-staart botsing. Ik ben op mijn voorganger gereden, een man met twee kleine meisjes, en hij weer op zijn voorganger (een stel uit Limburg). Deze auto moest plots remmen voor een afslaande auto. Dit heb ik allemaal niet meegekregen. Ik heb dus ook niet gezien dat ik op iemand af kwam rijden. Ik was niet afgeleid door mijn telefoon of door Sven. Wat er wel is gebeurd, blijft voor mij een raadsel.

In gesprek met de politie, brak ik. Hij vroeg wat er gebeurd was en ik kon het hem niet vertellen. De schrik zat nog hoog en het enige wat ik wist, is dat ik opeens airbags voor mij zag. Mijn hersenen leken uit te staan. Wat stress met je doet is echt onbeschrijflijk.

Ongeluk

De takelwagen kwam, de provincie nam het afzetwerk van de politie over, we vulden de schadeformulieren in en langzaamaan kwam er weer wat meer rust. We besefte ons dat het allemaal redelijk goed was afgelopen.

De volgende dag kreeg ik toch wel wat meer nekklachten en spierpijn in mijn bovenarmen. Ook had ik blauwe plek op mijn scheenbeen, onderarm en een pijnlijke neus. Allemaal van de airbags. Inmiddels zijn we drie dagen verder, is de pijn nauwelijks meer aanwezig en kunnen we het zien als een bijzonder avontuur.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.